Ernest Van den Driessche
Doeken vol volskleven in de Vlaamse Ardennen - Renaat van der Linden
Het blijft immer gevaarlijk en gewaagd binnen een kort bestek een poging te wagen om een klassering of een overzicht te verstrekken voor de themata die een kunstschilder behandelt.
Ernest Van den Driessche is in eerste instantie veelzijdig. Dit wil zeggen, dat voor hem a priori geen enkel onderwerp uitgesloten blijft. Het kind boeit hem evenzeer als de naamloze massa. Een bloem boezemt hem evenveel belang in als een heilige.
Een klassiek vertrekpunt voor een ordening van de onder- werpen blijkt het ritme van de jaargetijden, de seizoenen; daarnaast de levenscycli, van de wieg tot het graf. Beide uitgangspunten kunnen als criterium in aanmerking komen, maar de jaarcyclus verloopt hoofdzakelijk langs de sacrale hoogdagen of hoogtepunten zoals Kerstdag, Goede Vrijdag en de feestdagen waarop de processie uit- gaat. Ernest Van den Driessche heeft zijn hele leven uitermate intens beleefd. Voor de drie opgegeven kerkelijke gedenkdagen telt voor de schilder niet alleen het christelijke gebeuren, maar ook de volkse beleving ervan, de luister, ook de piëteit die klein en groot hierrond weeft. Wie goed toekijkt ontdekt in de schilderijen van Vanden Driessche het eigen beleven van de kunstschilder met veel intimiteit, respect en vreugde, zijn meeleven: het wonder van Kerstdag, de weer- galoze pijn op het kruis en het ervaren van betrokkenheid van een hele gemeenschap in een processie.
Hij heeft met een betrekkelijke regelmaat "kerstkribben" geschilderd, telkens weer anders, met een verse krib, een ander kind, een nieuwe Maria en Jozef, met totaal verschillende koningen op bezoek. Telkens wordt de hoogdag voor hem een waarachtig feest, in een binding van hemel en aarde, het geheim dat een goddelijk kind in een stal terechtkomt. Hij beleeft de dag met alle vezels van zijn gespannen geesten rijke hart. Op Goede Vrijdag leeft hij geheel en al in dezelfde gewijde sfeer, maar met het bijtende zeer van de kruis- dood, van een onbegrijpelijk einde en het waarom van de twee moordenaars die samen met Hem werden gekruisigd.
Naast de religieuze themata houdt F.rnest Van den Driessche van het dorp en zijn bewoners. Dan krijgt de processie in al zijn kleurenrijkdom een andere dimensie: de processie wordt dan een ommegang, waarbij hij personen van meest divers pluimage kan betrekken: de pastoor, nonnetjes, zijn eigen kinderen. Bijvoorbeeld wordt de kapel van juffrouw Marie een zoveelste gelegenheid om vrome lieden boven en tussen elkaar te schuiven en te schikken. Daar kruisen tegenstellingen elkaar, daar heerst spanning: de krioelende menigte, de beklijvende kerktoren, maar ook, daarnaast en daarbij, zijn familie. Die is heilig voor hem. Een in de processie- en feest- taferelen bijna steeds voorkomend beeld is het ouderlijk huis, vaak zelfs met de attributen van de kleermakererbij. Niet alleen de woning op zich is belangrijk, maar ook tonen wie er gewerkt heeft en welke gereedschappen daarbij van doen waren.
Van den Driessche legt een intense vreugde in zijn oeuvre, wanneer hij in al zijn fierheid 'zijn' vader op het doek penseelt: de inventieve ballonvaarder in spe. Als een kind kijkt hij ernaar op. Gezinsvreugde aan honderd procent rolt uit de doeken 'Het huis van mijn vader'en 'De windmolen te Mater'.
Religie en familie zijn vaak weerkerende thema's; feestelijk- heden, volksfestijnen doorweven van fijnzinnige humoristische 'opmerkingen' die de kunstschilder via een terzijde aan de bewonderaar meegeeft, ontbreken niet in zijn werk. De 'Geiten- keuring' vervloeit als een jaarlijks ritueel, maar de pastoor staat vooraan: hij dingt mee naar de prijzenpot met zijn beestje... schalks ! Van Gogh een buitenbeentje, een 'apart': Ernest schildert hem in de hemel.
Doorheen heel het oeuvre dwalen de reuzen van de gemeente; trommel en fluitje komen regelmatig terug. De fietel (in Eine) en de Zotte Maandag in Ronse gloriëren als toppunten van volks vermaak in de Vlaamse Ardennen. Een Hanengevecht en een Bolling voor Vrouwen exposeren een massa pret, met tussen de lijnen door ook dat ietsje verzet. Kom en koop een ingangsticket voor het circus.... We gaan nog niet naar huis, want in de draaikolk van feesten en vieren, na de Tover van het Vuurwerk, lokken de uithang- borden en namen van de herbergen: de Gaaipers, De Steenput, bij Kokske, In den Engel, Dolfke Wanne, enz... De herberg 'A la belle hótesse' draagt ook het opschrift: "Vive LowieXIV". Humor- spelling! Kent het dorp of de gemeente als zelfstandige entiteit geen einde? Spijtig genoeg. De fusie van Ejne met de grootstad Oude- naarde is zwart gekleurd in de 'Begrafenis van de Fietel'. Bij feesten humor schuiven de volkse verhalen naar voor. Elk aandachtig toe- schouwer kan die inschatten en ontdekken.
Invloeden van buiten de regio op de thematieken van Ernest Van den Driessche zijn zeldzaam. Voor Felix Timmermans echter koestert hij een grote voorliefde: 'Waar de sterre bleef stille staan' en 'Onze-Lieve-Vrouw der Vissen'.
Het werk van Ernest Van den Driessche vang of vat je niet in één of ander keurslijf. Het gaan omlijnen zou onmiddellijk ook een belemmering en een beperking betekenen. Het oeuvre van deze grootmeester is vanuit zijn plaatselijke gegevenheid veelzijdig en overstijgend; zijn stijl heel eigen en direkt, uniek. Zijn doeken zijn letterlijk en figuurlijk vol: van kleuren, van mensen, van taferelen, van humor en soms verdriet, van symboliek. Op een Van den Driessche geraak je nooit uitgekeken, altijd ontdek je wat nieuws. Een uniek naïef grootmeester!
Sint-Niklaas
Sint-Niklaas, de grote heilige, vriend van kinderen overal; ouders en grootouders bege- leiden de kleuters als ze de Sint als geschenk- heilige gaan bezoeken in de maand november en december. De Heilige Sint ligt begraven in Bari, de hiel van Italië. De paters Dominikanen die zijn basiliek bewaken, geven reeds meer dan veertig jaar hun tijdschrift uit: "Bolletino di San Nicola". Sint-Niklaas wordt alom vereerd, het meest nog in Rusland. De over hem gekende legenden raken allerlei onderwerpen. Zo redt hij drie onschuldig veroordeelden, redt zee- lieden uit een vreselijke storm, geeft geld aan een verarmde edelman die zijn drie dochters aan de prostitutie wil overleveren. Maar meest bekend is het verhaal van de drie scholieren: een slager doodt hen en stopt de stukgesneden lijken in de pekel. Sint-Niklaas komt daar langs, zegent de tobbe met de stukgesneden
kinderen waaruit ze herrijzen: een wijd en zijd bekend mirakel. Ernest Van den Driessche, die zijn hele leven lang als in een roes van het geluk van een groot kind leefde, leeft met de heilige in zijn doek mee in een eenvoud van geluk en bonte, kinderlijke, fantasie. De Sint, centraal in beeld, met zijn mijter en staf, enigszins groter dan de anderen. Aan zijn rechterzijde is het wonder waarnaar de meest gekende legende doelt, juist voltrokken. De drie kinderen, elk verschillend in gebaren, houding en kledij, beleven de verrijzenis. De slager en zijn vrouw staan versteld door het gebeuren. Dit is de centrale thematiek van dit meesterwerk. Daarnaast bemerken we langs alle kanten een aantal amusante en vrolijke tonelen: naast de Sint een vrouw met korf, Zwarte Piet met zijn ezel kan als knecht natuurlijk niet ontbreken, muzikanten, zowaar op de achtergrond nog een tweede Sint, een ezel; een met broden overladen vrouw; een wirwar van vooral gelukkige, dansende en zingende kinderen: vreugde van beeld tot beeld, joelend van lijn naar lijn. Vivat Sint-Niklaas, de goedheid zelf!
Bolling voor 't vrouwvolk
In de rechterbenedenhoek lees je op een aan- kondiging op de muur: "Hespe-bolling voor 't vrouwvolk bij Mielke-Wale". In Vlaanderen ken je de krulbol - de bol rolt hier van de ene stek naar de andere - de ronde bol- van het eneputjenaarh et andere, ende gaaibolling met een gaaibord net als bij de schutters gebruikelijk is. Voor het spel "Trou- madame" moet de bol door negen gaten vlie- gen. Elke speelster krijgt vijf bollen. Een bol in het middenste gat gespeeld, scoort natuurlijk het hoogste aantal punten.
In dit tafereel nemen we deel aan de "Troumadame" in zijn waaier aan mogelijkheden. De ouderen zetelen als jury, achteraan het terrein op een soort podium. Centraal: het brandpunt in een felle witte gloed, spanning en jacht sym- boliserend, zoeven de bollen scheef of recht- aan over het terrein. Vooraan in het midden staan de kampioenen te trappelen van ongeduld tot het hun beurt is de kans te wagen. Gestikulerend met de armen en met grote mond geven ze lucht aan hun bewonde- ring of wrevel. Het midden van het schilderij trekt onze aandacht: een helle, felle gloed van licht en kleur duiden naar gloeiende ijverzucht, gespannen aandacht en hoge verwachting. Bovenaan, aan de zoldering van het podium bengelt de hesp: de hoofdprijs. Dichtbij de hesp, hoog in het podium, twee hoogstaande verantwoordelijken.
Kunstschilder Ernest Van den Driessche stelt zich nooit tevreden met slechts één gegeven of feitelijkheid: rechts, muzikanten, links en rechtsachter wachten de reuzen; links vooraan smullende vrouwen. Een eind verder staat de mosterdpot op de tafel. Dansers overal. Een volks vermaak dat onze verbeelding tart, een explosie van pret, maar ook verzet.
En waar de sterre bleef stille staan...
Kerstmis herdenkt de geboorte van het Goddelijk Kind. Sinds vele eeuwen weerklinken vrome liederen en brengen oude lieden een ontroerend kerst- spel. Ook Felix Timmermans heeft een aan- grijpend kerstverhaal geschreven, schoon als een ster. Drie hoofdrolspelers: Pietje Vogel, een palingvisser, Suskewiet de herder en de bedelaar Schrobberbeek. Ze zijn bij Polien Pap, de waardin uit het Zeemeerminneken aan 't bedelen om een glaasje jenever als een foor- wagen voor de deur halt houdt. De oude man - het lijkt wel Sint-Jozef -vraagt een aalmoes. De drie hoofdfiguren kunnen echter niets geven, ze zitten zelf op droog zaad. De asso- ciatie echter met de figuur van Sint-Jozef brengt de drie op de idee driekoningen te gaan zingen. Het gebeurde zo, doch ze ver- dwalen op hun tocht. Plots daagt daar opnieuw de foorwagen op met het gezinnetje dat zo aan 'Kerstmis' doet denken: de mensen die leven van vreugde in de foorwagen. Hetgene ze rondgehaald hadden op hun driekoningen- zingen - brood, ham en peperkoek-schenken ze weg. Op hun terugweg voelen ze zich vreemd en zo gelukkig. Suskewiet verandert zijn leven en is niet meer uit de kerk weg te slaan. Pietje Vogel, in barre nood, verkoopt zijn ziel aan de duivel die in het huis van de afgezette pastoor woont. Suskewiet ligt in zijn stal op sterven: het Kindeke Jezus zelf komt hem halen. De drie vrienden beleven elk op hun manier het wonder van deze Heilige Nacht. Sint Jozef naast de wagen en O.-L.-Vrouw bij het woonwagen-vensterke hebben het hart van Ernest Van den Driessche veroverd. Een nimbus krult rond de hoed van de menner, kin- deren en engelen horen er bij, met een bran- dende kaars. Ook de drie koningen zijn op post. De lucht hangt vol sneeuw. De grond ziet er wit van. Kinderen dansen op het dak van de foorwagen. Vreugde in de mens en in de natuur!
Onze-Lieve-Vrouw der Vissen
In 1968 zendt de B.R.T. een film uit 'Onze- Lieve-Vrouw der Vissen' naar het gelijknamige verhaal van een andere levenskunstenaaren pallieter, de Lierenaar Felix Timmermans. Vettigen Teen, een sjofele bootvisser, bidt dagelijks voor de st raat kapelvanO.-L.-Vrouw der Vissen zijn weesgegroetjes om een goede vangst af te smeken.Opeenschonekeer merkt hij dat de sleutel nog op het kapeldeurtje steekt. In een plotse opwelling steelt hij het beeld en gooit het in de Nete met de bedoeling later zijn buit op te halen en te verzilveren. Die nacht vangt hij echter geen enkele vis. Doch 's mor- gens in de direkte omgeving van het gedumpte beeldje, puilen zijn netten uit: een wonderbare vangst, een mirakel. Hij is rijk. Iedereen die in de omgeving van de dode knotwilg zijn netten uitgooit is verzekerd van uitpuilende manden vis. Uit alle hoeken van het land komt men hier zijn geluk beproeven bij de visvangst.
Intussen organiseert de plaatselijke pastoor een boeteprocessie teneinde het gestolen beeldje terug te bekomen. En Vettigen Teen stapt mee op in de processie. Naarmate ze de plaats naderen waar hij het gestolen beeldje in de Nete dumpte, veroorzaakt wroeging bij hem een panische angst. Hij stapt de Nete in - zwemmen kon Vettigen Teen niet, maar hij kon langzijnademinhoudenenzovandeene oever naar de andere waden - verdwijnt onder water en verschijnt na een poos met het mirakuleuze beeldje in zijn handen terug aan de oppervlakte. Hij reikt het beeldje over aan een pater, stort overmand door emotie en verteerd door berouw op de dijk neer. Timmermans laat de dief biechten, kommuni- ceren en sterven. Voor de schilder is de catarsis in het Timmermans-verhaal het moment waarop de protagonist met het beeld in zijn handen terug aan de oppervlakte verschijnt:
daar ligt voor hém het wonder: de redding van het beeld door de ontvreemder zelf. In beeld gebracht door de artiest-schilder met de Nete op de voorgrond, de opeengedrongen massa gelovigen-bedevaarders met centraal de pastoor; achter de priester de dode knotwilg, het oriëntatiepunt in het landschap. Huizen en kerken horen er ook bij, een zon als een (v)uurwerk in de lucht. Hoe beide artiesten elkaarvinden:hetmirakelindestadvande Fee, de volkskunstenaar, de (soms rebelse) Pallieter. Ernest Van den Driessche kon niet anders dan ook dit op doek vastleggen, willens nillens, met de rijkdom van zijn hart en zijn kunst: de lucht en het water met dezelfde kleur: daar waar dehemelenendeaarde elkaar in het wonder raken. Trouwens het zo kleurrijke doek is op zichzelf een zoveelste wonder!
De tover van het vuurwerk
Het vuurwerk oefent een fenomenale aan- trekkingskracht uit op groot en klein. Vertoon van vuurwerk vereist onvoorwaardelijk de duisternis. Daar treden immer drie verscheidene en soms gelijktijdige fazen op: de ontploffing van de projektielen, het branden en het licht versprei- den. Vuurpijlen en lichtkogels kruisen elkaar hoog in de lucht. Soms verstaat de vuurwerk- kunst in één keer allerlei gelijkaardige figuren te voorschijn te toveren. Dit geschiedt alweer te Eine. De kerk aan de linkerzijde op de achtergrond en het ouderlijk huis van de artiest zijn trouw op post in de duisternis. Het doek beleeft geheel en al een centraal gegeven: cirkels van spattende en spetterende lijnen en kleuren, gaaf in de ronding van kring en rijkdom van lichten in allerlei golflengten. Kermis in de avondstond met de kunstenmaker in het centrum. De ruiters zijn nog niet op weg naar huis, en de reuzen zijn van de partij in de linkerhoek. Alle kijkers en kijksters staan in een abnormale houding, met het verbaasd gelaat naar de lucht en de vuurkransen gericht. Het firmament trekt even de aandacht met fantastische, grillige vormen en figuren.
De glans en schittering straalt niet alleen in de hoogte, maar tevens indeogenenhet gemoed van alle toeschouwers. Leef je het ook echt mee?
De fietel (of fitel)
Zo heeft de kunstenaar het aangestipt op het schip op de achtergrond. In de streek van Oudenaarde en Ronse heeft 'f iertel' meer dan één betekenis: een leutige rondgang van vro- lijke groepen door de gemeente, of de ommegang met de relieken van Sint-Hermes langs het grensgebied van Ronse op Drievuldig- heidszondag, de fietele of fietel.
In Eine beleven ze olijk en vrolijk dit feest sinds 1854, als de echtgenote van Prosper de Maeght haar man gebiedt: 'Let op de deur' en zelf gaat beewegen naar Kerselaere. Prosper en zijn vrienden laden de deur op een kruiwagen en trekken van herberg naar herberg. Ze aan- vaarden het bevel en beleven oneindig veel pret. Sindsdien gaat jaarlijks een plezante stoet uit! De vader van Ernest neemt, als sociaal voorman en 'leutemaker', in zekere zin de rol van Prosper over door onder andere met vaste regelmaat voor de boot ofte het schip te zorgen. Een schip op wielen. Waarom niet? Dat klinkt vanzelfsprekend. Er is geen Schelde- watervoorhanden om op te varen. De boot knoopt ergens aan bij het aloude 'narrenschip': een voorstelling eeuwen geleden van de dwaasheden van de wereld onder het beeld van een schip dat met narren bemand is; thans een kans om gekke situaties uit de aktualiteit te hekelen. Vader Van den Driessche bevindt zich op de mast, als de hoogste gast en groet de menigte. De reuzen, de muzikanten met hun aparte dirige nt en huppel pa ardj es zijn natuurlijk van de partij. Zonder hen kan de Fitel gewoon niet vertrekken om plezier te zaaien voor groot en klein. Organizatoren en publiek tappen dan pinten plezier en lust om eenheeljaarvante genieten.
Het schip boven 'In den Engel'
Ernest Van den Driessche zweeft menigmaal met een gevoel van gelukzaligheid in de wolken, symbolisch en werkelijk. Wanneer hij de lieden in de straat schildert, zijn zij bij hem, maar wanneer hij een gast of figuren in de lucht schikt, dan is hij daarboven bij hen, in een vorm va n transplantatie en bilok at ie: zich op twee plaatsen tegelijk bevinden. Eenvoudiger kan het niet. Hij is gemakkelijk en onmiddellijk in staat om op twee fronten te leven, rustig en hartstochtelijk tegelijkertijd.
Het verleden en het heden glijden in één faze door zijn geest en zijn werken. Hij 'ziet' de gebouwen van weleer, alsof ze er zich werke- lijk nog bevinden en hij leest nog duidelijk en dadelijk het opschrift: IN DEN ENGEL, met de kleuren van toen. De bewoners treden hem tegemoet met de eigen trekken van hun gelaat en de kleur van hun kledij. De fantasie kan zijn rol spelen. Dat hoort erbij. Maar zijn geheugen dikteert hem de te schilderen gegevens, raak en rijk, als een fotograaf met vele dokumenten. De zwarte verf van het opschrift van de herberg is in zijn netvlies gebrand om het een ietsje stout uit te drukken, maardebeer die door de straten trekt met zijn temmer, of die belhamels in de fietel meesleurt, eist zijn deelname op. De mensen krioelen en woelen in de pret door elkaar. De oplossing is simpel: de beer verschijnt op het dak, of liever: daar bovenop, bij de schoorsteen, met de zes koppen van pretmakers als erewacht erbij. De steltenloper haalt ook zijn toeren uit, hoewel de stand van zijn steunpunten laat vermoeden dat hij last heeft om het evenwicht te behou- den. Zo nauw steekt dat niet in een periode van lol en leute. Dansen en zwansen ( een Brussels woord van de kunstenaar!) horen in dit geval bij elkaar.
O.-L.-Vrouw van Kerselare te Edelare
Denaamvande gemeente luidt Edelare. De lieden van de regio, en vooral de pelgrims die erkomenindeloopvandemeimaandenvan het hele jaar, spreken van 'Kezer'.
De kapel is als bedevaartsoord bekend sinds 1452. Joost van Joigny vertoeft omstreeks 1550, tij densz ij ntochtnaarh et Heilig Land, in Egypte. Daar overvalt hem een krokodil. Vol vertrouwen aanroept hij O.-L.-Vrouw van Kerselare en belooft haar de kapel te ver- groten, zo hij het leven mag behouden. Maria verhoort zijn gebed. Hij voert het monster als buit mede en hangt het als ex-voto in het heiligdom. De kapel brandt volledig uit op 21 februari 1961. De krokodil en talrijke kinder- portretten verdwijnen. Een moderne kapel, naar ontwerp van de architekten J. Lampens en R. Langaskens, vervangt de vorige kapel. Oude bedevaartvaantjes tonen de krokodil die uit het water sluipt en een ridder bedreigt. Prentjes en vaantjes leggen de nadruk op de met vruchten beladen kerselaar, waaraan het oorspronkelijke beeld hangt, en op de reliek: de madonna, met binnenin een houten beeldje, achter glas in haar borst geborgen.
De kunstenaar let op drie hoofdelementen:
Maria met het kind Jezus in de kruin van de met rijpe kersen beladen boom; in de rechter benedenhoek komt het gruwelijke monster te voorschijn, waarvan we vooral de kop, de poten en de staart opmerken. In de linker benedenhoek de smekeling, met opgeheven zwaard in de rechterhand, terwijl de linker- hand naar O.-L.-Vr. gestrekt is. Een weergave van een sprookje en legende: twee derde van het geheel ter verheerlijking van de goddelijke moeder en onderaan het beleven van het wezenlijk dreigen, in angst en hoop.
Geitenkeuring in Eine
Dieren spelen een belangrijker rol in ons leven
dan dat we over het algemeen vermoeden. Denk aan de talrijke volksspreuken, waarin die ren met eigenschap pen en kleuren aan- dacht eisen, en aan familienamen als De Wolf, De Vos, De Valk, enz.
Ook bij liefhebbers van dieren bestaat een ware wedijver om met het mooiste eksemplaar te kunnen pronken. Daar hoort de vreugde en de spanning van de 'Geitenkeuring' bij. 'De Scheldegeit' bestaat in Eine sinds 1902. In het kader van de septemberkermis richt de maatschappij een prijskamp in, om te meten en te weten welke de fijnste is voor het hertenras, de knapste voor de volwassen melkgeiten, de witte bokken en dies meer. De verstkomende krijgt a priori een prijs, de mooist versierde, het beestje van de begeleider met de keurigst aangepaste kledij. Het wordt een wereldje op zichzelf, van degenen die defileren, keurders, allerlei kijkers, zelfs de pastoor met zijn geit hoort er op de eerste rij bij.
De voorzitter van de jury staat in de linkerhoek klaar met de bloemenkrans. Vooraan schuiven de kandidaten voorbij; daarachter staan rijen met alle soorten 'kurieuzeneuzen', dicht naast elkaar gedrongen. De koddige noot speelt immer mee, met de trompetter in de dakgoot en de kampioen van de kijkers op de nok van het dak By Dolfke WANNE. Als de artiest zijn peetjes niet bij de menigte kan schikken, schuift hij ze naar het dak, zoals de man met de geit. In het 'Estamine' wappert de vlag van de maatschappij. Het blijkt er alles de geit, wat de klok slaat.
Kerststal in de boerenkamer
De kerststal tref je overal aan, op een markt, in de kerk, in het uitstalraam van een groot- warenhuis en een winkel, enz. Je denkt er niet aan die te vinden in het midden van een boerenkamer. Bij Ernest Van den Driessche kan je dat als normaal beschouwen.
Het kind Jezus, Maria en Jozef bevinden zich centraal vooraan, met twee koningen, waar- onder een zwarte, naast zich. Een landman begroet de derde koning bij de open deur. In de rechter benedenhoek herders met zes schapen. In de rechterhoek een raar beeld van de vroegere schikking in kleine hoeven: de stal paalt aan de huiskamer. In de stal bermerk je een ezel bij een drinkbak en pomp. Voor de ezel zit een man aan een ruime tafel in een ongewone positie, met een witte duif op zijn hoofddeksel en een dito duif die hij voedt, op de tafel. Kent de artiest de tekst van Lucas (1 : 22-24), te weten: 'Voor elke eerstgeborene van het mannelijk geslacht een offer brengen volgens de wet van de Heer, een paar tortel- duiven of twee jonge duiven.'.
Aan de zoldering zorgt een quinquet, een olielamp met dubbele luchtstroom, voor licht, de petroleumlamp dus. De vader van Ernest bezit in zijn herberg 'In den Engel' de eerste quinquet van de parochie. Onder het venster aan de achterwand ontdek je het summum: de almanak met de opgave: 35DE5EMBER 1969. Je moet alleen maar durven. Bij de biografie hebjegelezendatde kunstenaar een kerste- kind is, geboren op 25 december 1894. Hij speelt op ongelooflijke wijze met de datering. Beeld je intussen in, datje bij het gevolg van de derde koning aan de deur hoort en binnen- treedt.Jekuntalleenjeeigengelukendatvan de vele aanwezigen ermee vergroten.
Goede Vrijdag
De naamgeving van een dag en week kan raar klinken. We spreken van de Goede Week en van Goede Vrijdag, de week en de vrijdag voor Pasen. 'Goede werken' komen in aanmerking voor de eeuwige zaligheid.
De dood van de Zaligmaker krijgt een bie- zondere betekenis in Eine door de verering van de reliek van het Heilig Kruis. Graaf de Landast krijgt die van paus Innocentius III bij zijn terugkeer van de kruisvaart in 1204. De herinnering aan de gekruisigde Heiland neemt onze kunstenaar jaarlijks fel in beslag.
De reliek berust in de kerk. Dat lijden van de Kristus beroert Ernest uitermate. Willens nillens grijpt hij naar het penseel. De hele dag leeft hij in zekere zin mee, rond het kruis als een van de weinige of eerder talrijke getuigen. MariaenJohannes staan ergebeurlijk merke- lijk groter bij dan de overigen.
Er zweven engelen rond het hoofd van de stervende, of er zwenken en zwellen bloedrode en donkere wolken. De verering neemt eigenaardige vormen aan door een veelvoudig offer van bloempotten met witte en rode bloemen.
In de plantenwereld is Goede Vrijdag aanwezig met namen allerlei: passiebloem, kruisdoorn, bloeddruppel. Legenden rond de hagedoorn, espeboom en treurwilg sluiten erbij aan.
Op dit doek dringt en drijft een zwaar kontrast tussen het bovendeel en de voorgrond. Het bovenste gedeelte weerspiegelt de ontreddering aan het firmament: angst en duisternis aandehemel, inde wolken.
Op die dag kunnen we alleen treuren, zwijgen en bidden, getuigt Ernest in menig aangrijpend doek.
A la belle hötesse
Wie is Lodewijk XIV? Een Franse koning, bij- genaamd 'Le grand Roi', (de grote Koning) of Le Roi Soleil (de Zonnekoning), met verstrek- kende invloed. Alle Europese vorstenhoven pogen de beschaving van Versailles na te vol- gen. Zware oorlogen tussen Europese mogendheden staan op het programma.
Ernest heeft zijn vader vaak horen vertellen over Lodewijk XIV. De vorst rukt met zijn leger op naar Oudenaarde en een vorst let tijdens zijn tocht op allerlei zaken, vanzelfsprekend ook op herbergen waar een aantrekkelijke vrouw in de deur post vat. De koning vindt terstond een gepaste opmerking: 'En voila une belle hötesse.' Deze uitroep verspreidt zich algauw en daar wordt ook vlug een mouw aangepast. Daar schittert weidra:'A la belle hötesse'. Ernest kan zich de herberg en de tekst voorstellen, maar voegt er op de voorgevel een opschrift aan toe, om het historisch gebeuren in een juist licht te stellen: Vive Lowie XIV. Dat hij de vorst als 'Lowie' citeert behoort alweer tot de fijn- zinnige humor en fratsen die onze kunstenaar zich mag veroorloven.
In de rechter benedenhoek branden allerlei kleuren om de koninklijke koets en de vorst onder een sierlijke boog de vereiste luister te verlenen. Een dier trekt de wagen, maar daarnaast loopt een ander ros, klaar om het vermoeide gebeurlijk te vervangen. Een vorst mag geen tijd verliezen. Bij de toeschouwers steek de mooie 'hötesse' met hoofd en schouders boven de omstaanders uit. Niet alleen in de ogen van de artiest, maar ook in de ogenvandevorstzalze groter dan de anderen geweest zijn.
Ballon Glorieux op de kleine markt te Oudenaarde
Gedurende vele jaren is'de ballon'het attraktiepunt bij uitstek geweest op de kermisdagen. De eerste ballons stammen uit Frankrijk: de gebroeders Montgolfier met hun eerste vluchten in 1783. In Duitsland haalt graaf Zeppelin een toer uit met zijn luchtschip. Daar zijn natuurlijk ook de weinig of niet bekende luchtvaarders. Een dokument van 1784verhaaltde eerste 'proef neming e' voor de luchtvaart van Johannes van Goethem in de stadSint-Niklaasop 13 april, kort na de eerste vaart van Montgolfier. Bij de mindere goden tellen we Glorieux. Zijn mand bevindt zich nog op de begane grond. Twee mannen nemen erin plaats. Maar een ontelbare menigte dringt en wringt om het spektakel bij te wonen, in rijen van vijf, zes personen achter elkaar. De veld- wachter paradeert met zijn sabel. De burge- meester staat vooraan, met een indrukwekken- de hoge hoed op en een rode sjerp om het middenlijf. De pastoor slaat vanop afstand het gedoe ga vanuit de pastorijdeur. Vlaggen wapperen. Muzikanten spelen hun mooiste deuntje. Pikant detail: in de benedenrechthoek bemerk je twee biertonnen en daarnaast ligt een drinkebroer gesneuveld, die klaarblijkelijk reeds te veel van het vocht geproefd heeft. Het betreft een van de weinige doeken van de schilder, waar je in het midden een lijn kan trekken om een duidelijk onderscheid te maken tussen de opeengedrukte massa en de gebouwen op de achtergrond. Het onderwerp leunt geheel en al aan bij de thematiek van het schilderij 'De ballon van mijn vader'.
Wijding van de klokken
De klokken kennen een meer dan gewone aan- dacht in het volksleven. Hun klank zwiert niet 20 zuiver bij gietfouten. Een rijmpje spot er mee:
't Is de staaf van de smid
Die er in zit
en meepraat
als de koster luien gaat
Klokken dienen gewijd te worden. Ze verdrij- ven alle boze geesten. Latijnse opschriften omschrijven soms hun taak:
Vivos voco Levenden roep ik te samen
Mortuos plango Voor de doden is het amen
Fulgura frango Bliksems kraken en 't beamen
De wijding verloopt volgens een plechtige ceremonie. Eerst staat de naamgeving op het programma: St. Marie Odile, centraal, links Mireille, rechts Ernestus. Daar horen een peter en een meter bij, in de linker benedenhoek in hun zetel, de suisse met zijn staf in de linkerhand, de bisschop met een mijteren een kwispel in de hand... Achter en boven het altaar bevindt zich het koor in een wijde kring en de dirigent troont hoog op de boog. Boven de glasramen stralen taferelen aan de zoldering, zoals de Drie Koningen. Schilderijen sieren de wanden, net als in de kunstenaarswoning, links een kerststalleke, rechts een ruiter met een soort pinnemuts, een sint, is het Martinus of Paulus...
Een weelde van strukturele vlakken, boven en naast en doorelkaar. Dewij ding van de klok- ken brengt een ruim deel van de gemeenschap bij elkaar in de kleine ruimte bij het altaar. Spanning in alle richtingen!
De kapel van juffrouw Marie
De processie schrijdt voort als een plechtige ommegang van priesters en leken, waarbij het sakrament vaak wordt meegedragen. In het kader van een processie kan een kapel of rustaltaar een vooraanstaande rol krijgen als een verzamelpunt voor de bewoners van het gehucht. Aldus moet je dit doek erkennen als een toppunt van samenhorigheid in de buurt. De kapel iseen wonder van techniek in zijn geheel, maar tevens als buitengewoon vertoon door de voorstellingen in alle onderdelen. Bovenaan pralen drie spitsen als van een toren, met een wisselende afbeelding in het raam en een ster in de top. De kapel geniet de waarde van een reuzealtaar in een heiligdom, met een weidse nis voor het kruisbeeld en bloemen; langs beide kanten een stolp met bloemen. Voor het altaar een priester en twee mis- dienaars, één met een wierookvat, de andere met een kandelaar met brandende kaars. Langs beide zijden van de kapel twee onderscheiden opstellingen, die vang roepen uitde processie met vaandels, kinderen in kledij van eerste- kommunikanten, leden van de kerkfabriek met hunflambeeuwen achter hen de baldakijn. Een boom op een dak getuigt van de kermissfeer. Daarna ontdek je de artiest op zijn beste. Vermits er geen plaats rond de kapel voorhan- den is om de processie in volle staatsie te aan- schouwen, schikt hij ze in de lucht, bij delen en deeltjes, met begeleidende ruiter op een nok, en aan de overzijde een troep dieren voor een versierde woning. Aarde en hemel raken er elkaar, in gebed en vervoering, en leute te- gelijk, want de schilder is er aanwezig met een doek aan de zijgevel van een huis: een man in volle ontspanning. Kontrast is immer mogelijk!
Hanengevechten
In het raam van dierenspelen ontdek je vele kategorieën, in eerste instantie sport, waar dieren het tegen elkaar opnemen, zoals in de duivenvluchten, windhondenrennen; daar- naast gevallen waar mens en dier vijandig tegenover elkaar opgesteld staan, zoals in de jacht; verder ontdek je de kwelspelen met dieren. De mens, als eigenaar van een dier, beleeft met de medemens een vorm van weddenschap en wedijver, spanning, wellust, gokdrift en -zucht. Kwelspelen met dieren stel je bij vele volkeren en in bijna alle tijden vast. In ons land verbiedt de wet dergelijk spel. In Limburg en Het Hageland verzamelen eige- naars en gokkers op een afgelegen plek of onbewoond oord, in West-Vlaanderen in de grensstreek met Frankrijk.
Het doek schikt het hanengevecht in het cen- trum van een gelagzaal. Ernest Van den Driessche kent het duidelijk van horen vertellen. Het strijdperk kent een doormeter van ongeveer twee meter en is afgebakend door allerlei soorten materiaal, vaak kippe- gaas, hier klaarblijkelijk door planken. Het aantal bet rokken lied en, eigenaars en gokkers, kun je op vier handen tellen. In de rechterhoek op de achtergrond troont de bazin. In de linkerhoek dreigt een verwikkeling: de veldwachter treedt binnen met getrokken zwaard. Twee gokkers wenden zich naar hem, met opgeheven handen. De artiest spant alweer de kroon met details: twee maal een quinquet aan de zoldering. De oorsprong en verklaring lees je bij 'de Kerststal in de Boeren- woning'. Maar peetjes en haantjes vliegen ook tussen de balken. Naast de bazin hangt een schilderij van de Gekruisigde Kristus, en vlak daaronder de leuke aanwijzing VVS. en een deur met een hart als doorkijk.
Kemphanen
Kemphanen behoren tot een speciaal ras. De mannetjes hebben in het voorjaar een wondere kraag en zijn bekend om hun spiegel- gevechten. Bij ons oogst de zegswijze bijval: vechten lijk kemphanen, d.w.z. verwoed en vinnig, twist zoeken. Vandaar weze de bij- en schimpnaam 'kemphaan' verduidelijkt.
Een bijnaam sluit aan bij verwantschap, Jef van Sooikes, bij een beroepsnaam, Dolf de Bakker, of bij een biezondere eigenschap, Pie den Dikke, Trees de Koppelaarster.
De bijnaam kemphaan duidt onmiddellijk op hun psychische eigenaardigheid: hun vechtlust te pas en te onpas. Het doek eert soberheid in de voorstelling van figuren.Jekuntzehaastopje twee handen tellen. De twee centrale hanen verklaren en vertellen alles: ik alleen heb gelijk ... jij hebt totaal ongelijk ...
Tijdens een hanengevecht wedden de om- staanders voortdurend op de afloop van het gevecht. Bij een woordenwisseling tussen kemphanen is dat natuurlijk totaal onmogelijk. Een echt hanengevecht duurt volgens de lokale geplogenheden en vaak ongeschreven wetten een bepaald aantal minuten. Dergelijk voor- schrift telt niet voor kemphanen. Wanneer de eigenaars hanen tegen elkaar inzetten, speelt de soort of grootte geen rol. Ook bij kemphanen komen lieden van allerlei grootte en omvang voor. Helemaal vooraan tussen de twee twistzoekers slaat een pieterig haantje de vleugeltjes uit.
Aldus bestaat er kans de vreselijke kemphanen enigszins te vergelijken met de bloedige hanengevechten.
Het huis van mijn vader
Een serenade straalt weelderig als de hulde die muzikanten's avonds brengen voor de woning van een vooraanstaand burger, van een erelid van de maatschappij. Dat geschiedt slechts één keer per jaar, vaak ter gelegenheid van het Sint-Ceciliafeest. Het optreden en vertoon gelden als een hoogtepunt: het wonder van de klanken die tegen de gevel optornen en er met een klik even blijven kleven. De huisbaas in het deurgat slaat dankbaar de handen in de hoogte. De verwanten liggen boven door de geopende vensters. Niet alleen de tonen van de muziek klimmen langs de muur. De muzikanten klimmen geheimzinnig, want twee wandelen er in de dakgoot. Twee faktoren wijzen als verrassende tekens op werk en geluk, die in menig geval werkelijk kunnen samengaan, in dit geval gewis bij zijn vader, een vaardige kleermaker en vrolijke kerel. Tussen de twee vensters van de eerste verdieping heeft de artiest de attributen geschilderd: een schaar met geopende lemmers ofte knijpers en daar- boven en daaronder een tuit of klos met het daarop gewonden garen, telkens verschillend in kleur. Je moet scherpzinnig en vindingrijk wezen om op die manier het vak van vader voor te stellen. Even belangrijk of belangrijker nog gelden de boog en de banden veelkleurige stralen boven het dak. Op de straat de sere- nade, waar kinderen en ook een hond dansen, de reus en in de vensters glunderende lieden, blij en verheugd bij dit heuglijk optreden. Maar aan het firmament is elke glans en gloed, die in de woning veelvoudig aanwezig zijn, met brede stroken uitgestrekt en uitgestreken, met allekleurenvanhet speetruminde regen- boog, rakelings aan de rand. Stijgen we mee, metdeliftvandevreugde, naarde muzikanten bij de dakhelling?
De ballon van vader
Sinds wanneer droomt de mens ervan zich boven de begane grond te verheffen? Wie wenst in de lucht te zweven? Waarom? Vrolijke vragen voor filozofen en psychologen en dies meer. In de geschiedenis is lang voor de geboorte van Kristus het geval van de Griek Ikaros bekend die met kunstige vleugels uit het labyrintvlucht, maar hij komttedicht bij de zon, zodat de met was bevestigde vleugels loslaten en hij in de zee valt die naar hem genoemd is. De vader van Ernest heeft over ballons gelezen en gehoord en is een daad- vaardig man. Waarom het zelf niet wagen?
Een luchtballon is lichter dan lucht, door het verschil in soortelijk gewicht van de lucht en het lichtere gas in de ballon, zo vertelt hij. De buren snappen het niet, maar bewonderen hem meer van dag tot dag. De ballon wordt in zijn tuin opgetuigd.
Witje Sevies, de vernuftige, bekommert zich niet om de praaten de kommentaarvan de dorpsbewoners. Hij plakt voort, dag bij dag, allerlei lapjes aan elkaar, van een genre vloei- papier. Opdebuik vanh et tuigvlamt:'Villede Paris'. Onze vermetele ingenieur zorgt voor een petroleumvuur en een buis om een hoeveelheid gas in de ballon te laten stijgen. Het wordt eerst een kunstwerk met vier brede banden omspannen. Het aantal toeschouwers is voor een keer beperkt tot moeder de vrouw die de handen in mekaar slaat. Als kinderen pret beleven, dansen ze met de handen in de lucht. Waarom juichen wij niet mee bij het schouwen naar de hemelsbrede kleurbogen aan het firmament?
Zelfs de boom staat er scheef en schuin bij door de danige verwondering.
De begrafenis van de fietel
Onze kunstenaar heeft menigmaal de fietel van Eine, met en zonder het schip van zijn vader, geschilderd, en met vooral taferelen die de spitsvondige organizatoren erin voorstelden. Telkens een bron van vreugde voor de toenmalige kijkers én opnieuw voor de kunste- naar in de nachtelijke stilte, tijdens het werk. Eén toneel is met wrang gemoed tot stand ge- komen: de laatste onafhankelijke tocht met de begrafenis van de Fietel. Dat geschiedt na de aanhechting, dit is de opslorping door de stad.
De somberste en donkerste tinten aan het firmament, voor de toekomst. De eeuwenoude gemeente bestaat niet meer. Vooraan bemerk je de doodskist. Op de tribune zetelen de notabelen in drie rijen. Zij hebben Eine verkocht. Akelig. De artiest kan de vernedering moeilijk slikken.'Fusie'noemen ze dat. Voortaan dienen de inwoners zich voor alle paperassen naar het stadhuis van Oudenaarde te begeven. Hoe is dat mogelijk?
Bij de begrafenis hoort een gebed. In de linker benedenhoek houdt een landman zijn rozenkrans voor zich die tot op de grond reikt, en een vrouw knielt om samen te bidden. Links en rechts van het podium de sukkelaars van de verdwenen parochie aan het huilen en het jammeren. Eén zaak blijft hen over: de reuzen met hun sierlijke kledij. Speelt een persoon de hoofdrol? De man met de trompet, rechts onderaan. Blaast hij een laatste maal de pijnlijke doden- en treurmars?
Mireille in de processie
Voor de inwoners van Eine staat het als een paal boven water, dat hun processie steeds de mooiste van de streek is geweest. Zolang er internen in het klooster gevestigd waren, gin- gen deze 'pensionairs' als een aparte groep mee. Het belangrijkste punt voor de inwoners van de gemeente was de erezaak: de mooist versierde straat bezitten. In het midden van de baan liggen bloemen uitgestrooid, geen papieren bloemen, maar echte, uit de tuin gehaald of gehaald langs haag en heg. Vooraan en verder langs het voetpad bemerk je een speciale tooi:
'lis'datdejongenslangsde boorden va nde Schelde halen. Voor de eerste wereldoorlog begaven kordate knapen zich naar Zingem, omdat ginds het lis mooier zou geweest zijn, laadden het op een kruiwagen en verkochten hetinEinetegenvijfcentdegemiddelde bundel.
Centraal schrijdt Mireille, met een korf bloe- men in de handen. Voor haar twee mannen met het vaandel van hun konfrerie, achter haar twee ruiters en een meisje met een kruis. Mireille trekt alle aandacht, maar hoofdzaak blijft tevens de woning op de achtergrond, het huisvandeartiest, waardefamiliepostvatop het voetpad, en Midil in de deuropening. Elkeen kan getuigen, dat de familie, alhoewel slechts toeschouwer, de dominante rol vervult, samen met de deelneemster in de ommegang. Kontrast beleef je zoals menigmaal. De figuren op de achtergrond staan er statig en indruk- wekkend bij. De kloosterzuster en de man met de kandelaar met kaars vooraan lijken mini- postuurtjes. De leuze praalt in elk geval: 'Leve onze Familie'!
De windmolen van Mater
De kunstenaar is immer op molens verliefd geweest. Op menig doek ontwaar je een wind- molen aan de horizont. Zijn droom is op het einde van zijn leven in vervulling gegaan: zelf een molen bezitten, dat wil zeggen: je zelf ergens een molenaar voelen, meester van de natuur, leven van en met de wind. Vanaf de molen overschouwje prachtige vergezichten en de Scheldevallei. Hij kan meer dan twee eeuwen wezen, want een tekst vermeldt: Gillis Truyen 1750.
Intussen kan de eigenaar zich op een eigen- aardigheid roemen: een driezolder. Zo zijn er slechts twee in Oost-Vlaanderen: deze van Mater en de staakmolen van Mere. Het ligt voor de hand, dat de artiest triomfeert in de hoogste graad met vlaggen aan de wand en op de kap, meezwierende lieden aan de wenkende wieken. Het geluk van de artiest richt zich langs alle kanten en randen, met renners en ruiters in de lucht. Een ruiter van Mater en een van Eine zwaait met de vlag van de paarden- ommegang in hun gemeente. Daar is geen plaats vrij voor hen op de voorgrond. Daar strekt zich een rijp korenveld uit rond de teer- lingen en de steek banden. Kinderen en land- lieden juichen en wuiven. Links van de romp bevinden zich drie vrouwen. Eén daarvan knielt neerom de twee andere te huldigen en te danken, omdat ze de molen redden van de teloorgang. Bij de trap stijgt een leurder met zijn ballonnetjes op. In de verte tekenen zich vaag torens af. In de rechter benedenhoek staat een woonwagen, als van bohemers..., of voordeeigenaarsvandemolendieer bestendig willen in de buurt vertoeven. Waarom niet? Opnieuw schatert de humor van de kunstenaar het uit. Een paard dient de woonwagen te trekken en te verplaatsen. Het kan eenvoudig niet. Hij schildert er een ruiter en het paard bovenop.
Vreugde op en top!
De boomzagersHet centrum van Eine krijgt de volle lading, met de kerktoren geheel en al. Op de aarde gaat het er rustig aan toe. De kasteeldame wandelt met een regenscherm om maar geen bruin vlekje op haar tere, witte huid te krijgen. Kinderen spelen met bloemen in het gras.
Links zijn de boomzagers volop aan het werk. Een man neemt plaats op de boomstam; een anderbevindtzichineenputomdezaaglaag genoeg te kunnen trekken. Ze werken met een lange, brede spanzaag. Een knaap vindt er zijn plezier in, intussen op de boomstam te lopen. Achter de boomzagers troont Onze-Lieve-Vrouw als koningin van de meimaand onder een harmonisch geschikte krans van bloemen. Een filosoof van de rust gaat in een zetel zitten boven de kruin van de boom. Zo heeft hij zijn uitzicht op de wereld. Maar dat klopt niet. Daar leeft een rare sfeer rond hem. Twee brouwersknechten dragen een ton bier door de lucht. De kerktoren vertegenwoordigt een waarachtig wonder. Boven het torenkruis glanst in een draaikolk van rode franjes een mensengelaat. Langsheen beide zijden van de toren engelenhoofden, wisselend en gelijk van uitzicht. Heeft er ooit een aangrijpender verering voor de goddelijke moeder bestaan dan hier? De wereld staat een beetje opzijnkoplangsde rechtervleugel. Een man danst op de nok van het grote burgerhuis; in de dakgoot wandelt een sint en daar rust ook een man met gesprei- de armen. Een ruiter rijdt door de dakgoot van de woning daarnaast. Onder hen groet de veld- wachter met opgeheven arm groot en klein op het voetpad. Een zoete zaligheid neemt er elkeen in beslag.
De vlasslijters en 'Dzennie'
Vlas slijten is een onmenselijk hard labeur. Allerlei bewerkingen komen eraan te pas: zaaien en uittrekken, roten en zwingelen, hekelen en braken
Met een vlasplukker, een vlasslijter en vlastrekker bedoelen we telkens dezelfde persoon als het de oogst betreft. In dit tafereel krijgt niet alleen het vlas de klemtoon, maar eerder twee personen, linksen rechts in de hoek: het meisje met de mand, en de man met de fles. De hoogstaande Stijn Streuvels verstrekt in zijn onvolprezen boek 'De Vlasschaard' de verklaring: 'Al op een uchtend, onverwachts lunderde het slijterslied voor de eerste keer geweldig... dat plotselijk geluid in die drukkende stilte, samen met de rumoerige beweging van veel volk op het land, kreeg de betekenis van een schonderende overwinningskreet... Die dag begonnen de slijters met dansen en zingen.' Het lied heet 'Dzennie' of 'Dzinnie', ver- vorming van jenever, dzenuiver. Het lied ver- schiltophetveldenopde hoeve. De jenever- fles gaat van de ene naar de andere, vaak met de roep; 'ik breng het u, konfrater...'. Het zingen en beluisteren van het lied vereist een ritme en een gebondenheid. Meisjes en jongens reiken elkaar de hand, klaar voor de rondedans op het veld, met bloemen en het vlas gebeurlijk in de hand. Drinken, schinken. De artiest stopt een guitig toeschouwer in de kruin van een boom. Vermits het dansen op het veld niet steeds licht en luchtig verloopt, laat hij jongens en meisjes in de lucht zwaaien en zwieren. Dans en lied krijgen samen een verheven toon en plaats.
De steenbakkers
In Zuid-Oost-Vlaanderen vragen veeleisende architekten nog immer 'Scheldesteen' als ze een huis laten optrekken met hoge kwaliteits- eisen. Dergelijke steen kan roemen op speciale kenmerken van kleur en vorm. Maar de bakkers ervan leveren een vreselijk labeur. Ernest Van den Driessche bewijst het van naaldje tot draadje.
Op de achtergrond is de man die zijn houweel in de hoogte heft, modder aan het maken. Twee mannen, 'morevoerders', duwen met een kruiwagen de grondstof naarde bank. De twee makers daar hebben houten vormen, waarin ze een tikje zand strooien, dan met kracht de modder erin kletsen om het bakje zo vast en vol mogelijk te vullen en dan met een schraper het teveel weg te trekken. Bij het omkeren van de vorm liggen er twee stevige stenen beschikbaar. Dan vervullen de afdragers of loopjongens in de ware zin van het woord hun taak: de stenen wegdragen en keurig naast elkaar schikken om er te drogen in de open- lucht. We zien een knaap gebukt op de voor- grond rechts. Na een sinecuur van twee dagen in openlucht verhuizen de stenen naar de 'gamme', een langwerpig schutsel dat met stro bedekt is, teneinde er verder te drogen. Daarna volgt het beulenwerk met de oven. De mandiedelagenéénnaéénschiktenmee opklimt, is de zetter. Zijn werk is er 't gevaar- lijkste, want hij snuift deheledaghetgas van het vuur op. Hij legt een laag stenen en strooit er een laag fijne kolen over uit, weerom een laag stenen en weer een laag kolen, voort- durend in gebukte houding, alles zonder rust- pauze. Een oven zetten en stoken is specia- listenwerk. De artiest volgt het op de voet.
Kerstnacht, drie koningen en herders op de daken
Het kindeke Jezus, Maria en Jozef bevinden zich op een klein vlak, centraal vooraan. Maar het hele doek is ogenschijnlijk en waarachtig gevuld met gevels en daken. Kun je ze tellen? Neen.lnallegevelsenopiederdakbemerkje personen van allerlei pluimage. De koningen zijn meer dan eenmaal aanwezig. De schapen van de herders op een besneeuwd dak, en in de herberg 'Reisduif' geraken twee duiven niet binnen en gaan eveneens op een besneeuwd dak rusten. De kerststal straalt in een uitzonderlijke luister, met een smalle straat vol vreemd en eigen volk, maar met een wonderbaarlijkheid van een grandioze klimop van huizen en gevels, door en boven elkaar geschikt in een weergaloze durf. Voor de gelegenheid krijgt de herberg naast de kerststal, als vanzelf- sprekend, het uithangbord 'In de sterre'. De kunstenaar is vindingrijk voor elk onderdeel. Op het dak van 'De Sterre' zijn een sterreman en zijn begeleidster hun lied aan het zingen, leder dak is op zichzelf een ander en totaal nieuw verhaal, een welkom voor groot en klein, foorreizigers in hun wagen en een sjofele man die zijn handhar voortduwt, daarbij geholpen door zijn echtgenote. Vanop de drukke voorgrond stijg je langs aller- lei vensters, scheef en krom, maar immer ver- licht, naar de hemel in de donkerte van de nacht, waar een reuzester in de bovenhoek in de duisternis glanst en gloeit, met de pastoor bij zich. Een doek. Een veelvoud van taferelen. Een heilige nacht. Een wacht van lieden uit alle geledingen van de maatschappij op post om te jubelen bij de komst van de Heiland. Lichten warmte in een heilige nacht en in het midden van de winter.