Ernest Van den driessche

Ernest Van den Driessche

Ernest Van Driessche - Het zichtbare paradijs
Remi de Cnodder

"Alsje een goed hart hebt, dan zal dat zichtbaar zijn inje kunst"

 Camille Corot

Deze uitspraak van de Franse schilder Camille Corot is zonder uitzondering van toepassing op het werk van de grote pleiade beoefenaars van naïeve kunst, waar ter wereld ze ook hun eigen omgeving in kleur of vorm zicht- of tastbaar maken. Door hen leren wij een universum kennen dat ook voor ons zeer vertrouwd is, en dat zij met ontwapenende eenvoud tonen. Voor hen komen het dagelijkse bestaan en de menselijke dromen op het voorplan. Op het domein van het beeldend vermogen tonen zij ons dat eenvoud en eerlijkheid een rijke betekenis kunnen hebben. Zij voeren ons terug naar de heldere bronnen van het leven, waarin sentimenten, hartstocht, verdriet, hoop en liefde in reële voorstellingen beklijven. Hen dialoog met de naïeve kunst in het algemeen is steeds een zeer menselijk gesprek, waarin de kernen van het bestaan een direktc betekenis hebben. Het cerebrale is hen vreemd en zij voeren ons op ongekunstelde wijze binnen in de sfeer van het alledaagse.

Het verschijnsel van de naïeve kunst is een universeel verschijnsel en men kan er moeilijk een juiste en passende definitie van geven, omdat het ontsnapt aan welomlijnde normen. Ook omdat ze op een aparte wijze verbonden is met de volkse mens, en men kan dit in elk land of continent aantreffen. De scheidingslijn tussen kunst en naïeve kunst is moeilijk te bepalen. Wat de naïeve kunstenaar betreft komen zijn creaties zuiver voort uit intuïtie en onopgesmukte impulsen, waarbij voorbij wordt gegaan aan academische normen of aan de betrachting tot de gangbare kunst van zijn tijd door te drin- gen. Daartegenover zijn er wel voorbeelden van kunstenaars, auto- didacten, die op een nationaal of internationaal podium erkenning hebben gevonden. De authentieke naïeve kunstenaar is om dit alles niet bekommerd. Hij heeft op een blijmoedige wijze voldoende aan de ingrediënten van zijn eigen bestaan en dromen. Die leveren hem alles voor zijn ongebreidelde beeldspraak. Wetten die voor de erkende kunstenaar gelden hebben geen betekenis voor de beoefe- naar van naïeve kunst. Hij ervaart alles wat van hem is en gaat voor- bij aan perspectief, afstanden en verhoudingen. Hij is in feite een verteller en valt buiten de klassieke omschrijvingen, omdat hij als het ware op zijn eigen eiland leeft. Hij is volledig zichzelf en erkent geen modetrends, stijlen of stromingen.

Het kleine bestaan als bron

Naïeve kunst kan niet bogen op uitvoerige historische of kunsthistorische navorsingen, omdat een direkte weergave van de creatieve mens van elke tijd is en in elk werelddeel ongeveer gelijke verschijnselen vertoont. Deze kunst staat buiten religieuze, economi- sche of sociaal geëngageerde stromingen, hoewel ze qua onderwerp er wel mee te maken kan hebben. Elke mens, beoefenaar van naïeve kunst, volgt de drang om uiterlijke waarnemingen of gevoelsimpul- sen, zonder aan welke wetten ook te voldoen, zichtbaar te maken.

Natuurlijk zijn er de voorbeelden die in de schilderkunst van de laatste honderd jaar zijn opgenomen en waar telkens weer naar verwezen wordt. Douanier Henri Rousseau (1884-1910) blijft op dit terrein een lichtgevend baken. De dichter Apollinaire schreef deze ode:

Un tout petit oiseau
sur l'épaule d'un ange
ils chantent la louange
du gentil Rousseau

Ook de herder in en huishoudster Sera phine Louis (1884- 1 936) is een figuur die terecht mag geciteerd worden. In Amerika kent men Grandma Moses (Anna Mary Robertson, 1860-1961), die het leven op de boerderij schilderde. Op 78-jarige leeftijd werd zij door de verzamelaar Louis Calder ontdekt, al vond ze haar zelf- gemaakte jam beter dan haar schilderijtjes en borduurwerk. In Joegoslavië heeft de schilderende boer Generalic in zijn dorp Hlebine en omgeving een rage ontketend, want in elke hoeve worden er naïeve taferelen geschilderd.

Wonderlijk is ook facteur Cheval, die gedurende meer dan twintig jaar, elke dag van zijn dienstronde, stenen en andere voor- werpen meebracht, om in zijn tuin te Hauterives (Dép. Dróme), zijn indrukwekkend 'Le Palais [deal' te bouwen. Dank zij minister André Malraux is het nu een nationaal monument.

Men kan gerust stellen dat intussen in vele landen galerijen bestaan, die zich uitsluitend richten op het werk van naïeve kunste- naars, terwijl ook musea vaak een aparte afdeling hebben gewijd aan dit verschijnsel in de kunst. In ons land heeft de dynamische mevrouw H. de Néeff een 'Maison des arts spontanés et Naiefs' te Brussel gesticht.

Maar met dit boek wordt echter de aandacht gevestigd op het zeer expressieve schilderwerk van Ernest Van den Driessche, die niet alleen in zijn woongebied van Oudenaarde, maar ook ver daar- buiten waardering heeft gevonden en die een oeuvre heeft nagelaten dat rijk is aan volkse voorstellingen, waarin men de weerspiegeling kan vinden van zowel volksgebruiken als een beeld van zijn tijd. Deze schilderkunst toont de kracht van een onvervalst talent, van een zuivere en eerlijke schildersaanleg en van een visionaire instelling. Zo behoort hij terecht tot de authentieke naïeve schilders van het land.

Magische kracht van volkse verbeelding

Ernesr met zijn vrouw Martha in hun woning re Eine, ca. 1967.

Ernesr met zijn vrouw
Martha in hun woning te
Eine, ca. 1967.

Wij hebben Ernest Van den Driessche leren kennen in het voorjaar 1972, toen wij te Eine in zijn woning een reportage maakten voor het weekblad Ons Land (nr 25 van 23 juni 1972), dit in gezel- schap van de fotograaf Paul Lambert. Wij hebben toen ook voorde pagina 'Kunsten Cultuur' van het dagblad Gazet Van Antwerpen (16 mei 1 972) een bijdrage over hem geschreven. Wat ons bij het bezoek getroffen heeft, was de verrassende en sterke eenheid tussen de leefwereld van de schilder en het volkse en pittige leven dat hij op het schilderslinnen een zo apart als persoonlijk bestaan wist te geven. De keukentafel was voor hem de geëigende tekenplank en ook de schildersezel had een vaste plaats in de keuken-woonkamer. Het was duidelijk dat de schilder deze vertrouwde omgeving nodig had om zijn frisse en blijmoedige wereld, vol pittige tradities en dromen, tot een picturale werkelijkheid te maken. Zo waren zijn toegewijde echtgenote en dochters Mireille en iVlidil steeds getuigen van de groei van elk schilderij, terwijl ook Midil zich tot het schilderen aan- getrokken voelde. Dat wij ons bezoek vermelden is het gevolg van het feit dat alles zo scherp in ons geheugen blijft gegrift. Wij leerden een schilder midden zijn gezin kennen en begrepen des te beterde uitstraling van een bonte tot spetterende wereld, die zich op een stramien van werkelijkheid en droom in de verbeelding van Ernest Van den Driessche voltrok. Hier ontstond een schilderkunst die een therapeutische kracht bezit.

Ernest Van den Driessche op de binnenkoer van zijn woning re Eine, spelend nier zijn kleinkinderen Maaike en Karel in 1983.

Ernest Van den Driessche
op de binnenkoer van zijn
woning re Eine, spelend
met zijn kleinkinderen Maaike en Karel in 1983.

Het is overduidelijk dat Ernest Van den Driessche zijn vele tekeningen en schilderijen in een rustige huiskring heeft kunnen maken, in een huiskamer die een vruchtbare bodem was waar hij ongebreideld kon dromen en werken. Hier kwam na een vlijtig leven van afwisselende beroepen een rust tot stand die gunstig inwerkte op zijn zuiver scheppend talent. Hier is ook zijn gave en sterke scheppingsdrang via een bizarre maar integere aanleg tot volle bloei kunnen komen. Een bloei die wars staat van de klassieke schilder- kunsten van gesofistikeerde en modieuze artistieke recepten. Juist deze afstand die op een natuurlijke wijze ontstaan is, heeft gezorgd dat het werk van Ernest Van den Driessche een grote bekendheid heeft gekregen en dat met zijn werk in binnen- en buitenland tentoonstellingen werden georganiseerd. Zo is hij gaan behoren tot de waarachtige scheppers van naïeve kunst.

Het feit dat de stad Oudenaarde hem met een grote tentoon- stelling herdenkt, is tevens een bewijs dat de erkenning van zijn betekenis gebleven is. De publikatie van dit rijk geïllustreerde boek laat mede aan velen toe zich opnieuw onder te dompelen in de fantasierijke voorstellingen van het volkse leven, zoals de schilder het voor altijd heeft vastgelegd.

'De ogen zijn blind. Het is het hart dat moet zien'
le Petit Prince-Saint Exupéry

De ontwapenende schoonheid in het werk van elke authen- tieke naïeve kunstenaar, dus ook in de tekeningen en schilderijen van Ernest Van den Driessche, spruit voort uit de zuiverheid van het gevoel en van een volledige overgave aan de beeldvorming. De naïeve kunstenaar creëert nooit vanuit een academische, sociologische, filo- sofische, intellectuele of geëngageerde instelling. Hij gaat aan deze spanningsvelden, die voor de gevestigde kunstenaar kunnen gelden, niet hooghartig, maar onbewust voorbij, omdat hij in wezen een on- gerept bestaan leidt, waardoor de artistiek-motorische krachten van andere kunstenaars hem ontgaan. Hij maalt niet om een plaats in de evolutie van de kunst, wel om gevoel en verbeelding, zoals ze ook duidelijk herkenbaar zijn in het werk van Ernest Van den Driessche, waarin een niet te stuiten beeldenstoet optrekt. Het gaat om natuur- lijke taferelen die zich aan elke naïeve kunstenaar opdringen, omdat ze uit het dagelijkse leven opwellen. Het kleine maar waarachtige van het menselijk bestaan dat ook aan dromen de vrije loop laat. Het oor- deel van de buitenwereld is ook hem grotendeels onverschillig, want wat onder zijn handen tot stand kwam is een eenvoudige maar eerlij- ke uiting van het gevoel, dat uit het beleven van zijn omgeving voort- groeide of als gevolg van dromen ontstond. Ook Ernest Van den Driessche is van in de aanvang als schilder onbekommerd om de bui- tenwacht zijn eigen weg gegaan. Maar zoals de beoefenaar van elke vorm van de kunst, heeft ook zijn schilderkunst geleidelijk een sterkere picturale dictie gekregen en heeft zijn koloriet aan densiteit gewonnen. Die innerlijke groei samen meteen rijkere vormkracht hebben geleid tot zijn voltooiing als belangrijk kunstenaar van een naïeve duiding.

Ernest Van den Driessche kan men terecht bij de zuivere natuurtalenten rangschikken. Hij was iemand die als kind graag tekende en dat ook heel zijn leven is blijven doen. Hij heeft het geluk gehad in het ouderlijke huis waar zijn vader kleermaker was en die graag met schrijvers van zijn tijd omging, hun verhalen te horen. Dit heeft ongetwijfeld de visuele vertelkracht van Ernest Van den Driessche gestimuleerd en gevormd. Het luisteren naar de vertellers in het ouderlijke huis heeft geholpen zijn zo suggestieve duiding als schilder tot ontwikkeling te brengen. Eerst werkend te Gent, werd Ernest Van den Driessche nadien beenhouwerleergast te Brussel, om alsdan in de omgeving van de hoofdstad te Woluwe, Grimbergen, Pede en elders, tijdens de vrije dagen landschapjes te schilderen. Geleidelijk verschenen er ook 'ventjes' in het landschap en die 'ventjes' zouden later meer en meer hun plaats in tekeningen en schilderijen gaan innemen, tot ze het vlak geheel zouden bevolken. Toch zou de schilder nog gedurende jaren zelf een slagerswinkel te Brussel uitbaten, vooraleer hij zich opnieuw te Eine als antiquair kon vestigen. Toen opende zich de mogelijkheid het schilderen als een zinnige bezigheid te beoefenen en die zinnige bezigheid zou hem zeer ver leiden.

De ontdekking van Ernest Van den Driessche als schilder komt toe aan Jacqucs Van Quickelberghe en de kunstenaar Camiel D'Havé, beiden uit Gent. Zij kwamen te Eine in het huis van Ernest Van den Driessche naar antiek kijken en ontdekten aldus het talent van de gastheer. Door hen zou in 1958 de eerste tentoonstelling van Ernest Van den Driessche te Gent in galerij Elmar worden georgani- seerd. Zo begon de bekendheid van de schilderende antiquair en nam het succes hand over hand toe. De specialist terzake van naïeve kunst, Anatolejakovski, schreef naar aanleiding van een tentoonstelling in galerij Bénézit te Parijs (Mei-Juni 1 965), na gewezen te hebben op de vernieuwende waarden die vanuit het buitenland kwamen: 'Ensuite, parce qu'elle sourd des profondeurs de la vie, tout comme la peinture de Van den Driessche'. Dat voor het werk van de schilder uit Eine een groeiende erkenning volgde kan afgelezen worden aan de hand van de vele tentoonstellingen die men organiseerde, en in de vele lovende bijdragen die gepubliceerd werden.

Het zichtbare paradijs

De schat aan tekeningen en schilderijen die Ernest Van den Driessche gemaakt heeft vormen een boeiende aaneenschakeling, een film van ervaringen, dromen en verbeeldingen. Zij zijn de beeld ge- worden aparte visie van de schilder en het is onmiskenbaar dat werkelijkheid en verbeelding op een onweerstaanbare wijze in elkaar vervloeien, wat tot gevolg heeft dat de tekeningen en de schilderijen een rijk klankbord vol boeiende elementen zijn geworden. Men krijgt een weelderig amalgaam van vormen, die samensmelten tot voor- stellingen die in hun naïeve duiding aldus een schat van herkenbare signalen uit het dagelijkse leven bevatten. Natuurlijk vormt de reali- teit van de dingen - d e familie, de volksfeesten, de legenden, de ker- missen, de processies, de bijbelse verhalen en de religieuze hoog- dagen -de aanzet voor telkens nieuwe kunstwerken. Voor Ernest Van den Driessche was alles bruikbaar om op zijn gevoel en verbeel- ding te enten, om als stramien voor zijn picturale verteldrift te gebruiken. Maar ook stadsgezichten, niet alleen van de eigen stad maar ook van elders, vonden een plaats in zijn oeuvre. Het schilderij 'Vlamingen veroveren Parijs' is er een mooi voorbeeld van. De stad wordt decor vooreen carnavaleske optocht van vele menselijke figuurtjes. Trouwens, de schilder vult maar al te graag zijn taferelen op met ontelbare figuurtjes, die elk een rol vervullen in het geheel.

Nogmaals, alles is dienstbaar materiaal voor deze schilder, die alles opneemt in zijn ongerepte kinderlijke en blijmoedige verbeelding. Opvallend in deze schilderijen is het vrolijk, pittig en fris kleurgebruik. Het zijn uitsluitend heldere tonen die op het palet liggen; opwekkende klanken die stimulerend functioneren, wat inherent is aan het feit dat verdriet en tragiek nagenoeg afwezig zijn in dit oeuvre. Wel ontroering, nostalgie en een grondeloze liefde voor mens en maatschappij. Er is het aardse bestaan van de kleine maar zuivere gemeenschap waarmee Ernest Van den Driessche zich verbonden voelde. Het is duidelijk dat alles in het teken staat van een blijheid waarin het speelse en het schalkse niet ontbreken. Op het vlak vervullen de kleurige typetjes wat de bellen in champagne doen, omdat ze levenswekkend zijn. Men ontkomt bij een rustig en aan- dachtig bekijken van deze tekeningen en schilderijen, niet aan de therapeutische uitstraling ervan. Men geniet van een gefixeerd levenselixir dat zo rijkelijk wordt aangeboden. Men gaat aan het overdadige in het beeld voorbij, omdat het juist zo functioneel is voor deze kunst.

De weelderige waaier van evenementen ontsproten zowel aan religieuze als aan profane belevenissen, met een sterke impact van folklore, legenden, het wereldse van een kleine stad en wat zich in dromen en in de familie kan afspelen, vormt het rijke voer voor de folklorist en voor de socioloog. Deze teken- en schilderkunst bezitten een duidelijk eigen code, een code die uiteraard wegens de gebruikte middelen een hechte band met de waarden van de teken- en schilder- kunst behoudt. De zo eigen en visionaire wereld, zichtbaar in dit werk, vertolkt onmiskenbaar een zelfstandige en optimistische levensopvatting. Men kan onmiddellijk de waarachtigheid van de eenvoud herkennen in de complexiteit van het beeld, waardoor een verrassende uitstraling verkregen wordt.

Het zou ons te ver leiden zo wij aan de hand van een aantal schilderijen een verklaring van de inhoud en van het compositorisch opzet zouden geven. Dit heeft weinig zin omdat elke kijker op een eigen golflengte een dialoog met kunst moet houden. Ten overstaan van de beeldende kunst en vooral tegenover de rijke duiding, aan- wezig in het werk van Ernest Van den Driessche, moet men zoals Saint-Exupéry het in 'Le petit Prince' zegde, meer met het hart dan met het oog zien. In dit werk toont de kunstenaar in overvloedige mate het ongekunstelde van een oprechte liefde voor alles wat van de mens is. De Amerikaanse schrijver en schilder Henri Miller zei dat schilderen opnieuw beminnen is en in zijn oeuvre laat Ernest Van den Driessche een film van zijn grote liefdes zien.

Ernest Van den Driessche heeft duidelijk van het rumoer en tumult van het volkse leven gehouden en in zijn werk wemelt het van figuurtjes, die elk door hun verschijning iets bijdragen tot het stofferen van de geschilderde voorstelling. Zijn kinderlijke ver- beelding kent geen grenzen en ook de ruimte wordt vaak veroverd, zoals in het schilderij 'Onze molen', (zijn molen) die te Mater staat. Het schilderij toont ons de triomfantelijke inbezitname van de molen. In de lucht rukken feestvierenden met paard en wimpel aan, om dit familiaal gebeuren uitbundig te vieren. Meteen verbeeldingskracht die aan Chagall doet denken kwam hier het zoveelste blijmoedig en uniek schilderij tot stand.

Het is overduidelijk dat Ernest Van den Driessche in zijn omvangrijk oeuvre de blijmoedigheid op spetterende wijze heeft vastgelegd. Hij heeft op zijn manier, zo volks als het maar zijn kan, zijn geloof in het aards paradijs in beeld gebracht. Het herinnert mij aan de woorden van Paus Johannes-Paulus I; uitspraak die omwille van zijn geloof in het paradijs op de schilder toepasselijk is: 'Wie niet gelooft in het Paradijs is te beklagen: hij is zonder hoop en heeft nog niet de zin van het eigen bestaan gevonden'. Ernest Van den Driessche heeft wel de zin van het eigen bestaan gevonden en met zijn werk heeft hij die 'zin' als een boodschap uitgedragen. In zijn werk zal zijn goed hart altijd zichtbaar blijven.